Voor zwart op wit-tekst klik op de groene knop hieronder.

De proplamp vs. Ikea

Slaafse nabootsing als laatste redmiddel 

Recent plaatste Dohmen advocaten op haar website een artikel over stijlnabootsing. De zaak Teeuwen/Ikea laat mooi zien hoe nabootsing in de juridische praktijk werkt. Wat speelde er? In 2010 ontwikkelde Margje Teeuwen de Proplamp. In 2013 ontwikkelde ze de huidige versie van deze lamp, die eind 2014 op de markt werd gebracht. Eind 2014/begin 2015 bracht Ikea de lampenkap Krusning (waarvan de ontwikkeling in 2012 startte) op de markt. Teeuwen beschuldigde vervolgens Ikea van slaafse nabootsing – Ikea sprak dit tegen.

Onrechtmatige daad

In een eerder artikel heb ik het al over stijlnabootsing in de kunst gehad. Slaafse nabootsing van producten lijkt daar op. Slaafse nabootsing valt onder onrechtmatige daad: handelen of nalaten dat ‘niet hoort’. Hierdoor ontstaat een ‘verbintenis uit de wet’ – een wettelijke verplichting -: de een kan eisen dat de ander stopt met het handelen of nalaten en een schadevergoeding eisen. De ander moet daaraan voldoen. In het geval van de Proplamp ontstond deze verbintenis volgens Teeuwen, omdat Ikea nodeloze verwarring bij het publiek creëerde tussen Teeuwens lamp en de lamp van Ikea. Bij de rechter slaagt een beroep op slaafse nabootsing  echter niet zomaar. Er moet in ieder geval sprake zijn van bewuste navolging (dit is een verschil met inbreuk op intellectuele eigendom, dat ook zonder opzet kan ontstaan). Is er in de zaak “Proplamp/Ikea” sprake van slaafse nabootsing?

Nabootsing volgens de rechtbank

De rechtbank gaat daar in het vonnis uitgebreid op in. Allereerst is het beginsel van vrijheid van handel en bedrijf belangrijk. Profiteren, in dit geval door een ander na te doen, wordt pas onrechtmatig onder bijkomende omstandigheden die goed door de rechter onderzocht moeten worden. Er moet dus per geval bekeken worden of er sprake is van slaafse nabootsing.

Nabootsing moet kunnen, vindt de rechter – creativiteit moet niet te veel aan de ketting worden gelegd. Creatieven zullen het hier mee eens zijn, maar het is toch zuur om iets te maken om vervolgens te ontdekken dat er andere ontwerpen op de markt worden gebracht die zeer veel op dat van jou lijken. De rechter zegt daarop dat creatieven al een arsenaal aan hulpmiddelen hebben, zoals auteursrecht. Slaafse nabootsing moet worden gezien als een laatste redmiddel.

Voor het inzetten van dit laatste redmiddel is – zoals ik hiervoor schreef – bewuste nabootsing vereist. Om iets bewust na te maken, moet je het oorspronkelijke ontwerp dus kennen. Dat dat zo is, moet de eisende partij – hier Teeuwen – bewijzen. Dat is natuurlijk heel lastig. Daarom reiken rechters de eisende partij vaak de hand door aan te nemen dat de gedaagde – de ‘namaker’ – het oorspronkelijke ontwerp moet hebben gekend, als het tweede ontwerp veel op het eerste lijkt.

De rechtbank vindt in dit geval echter het feit dat de lamp van Ikea op die van Teeuwen lijkt, niet voldoende voor het oordeel dat Ikea de lamp al kende en onbetamelijk handelde. Hier zie je dus dat rechtspraak vaak verschilt, omdat er – soms kleine – details een rol spelen. Wat bij de Proplamp namelijk meespeelt is dat er naast de lamp van eiser en gedaagde in dezelfde periode soortgelijke lampen op de markt werden gebracht. De data die ik aan het begin van dit artikel noemde zijn hierbij belangrijk. De Proplamp waar het in de rechtszaak om gaat, was de versie die in 2013 op de markt kwam. Deze kreeg ook in Zweden (het land van Ikea) aandacht. Ikea had haar lamp toen echter al in ontwikkeling en de Proplamp was niet zodanig bekend dat Ikea er van had moeten weten. Ergo: er is geen sprake van slaafse nabootsing, want nergens is uit gebleken dat Ikea het ontwerp van de Proplamp bewust heeft nagevolgd.

En auteursrecht dan?

Had de eiser dan niet beter ook inbreuk op auteursrechten kunnen? Want ook als het niet bewust gedaan wordt, kan iemand ‘verboden’ inbreuk maken op auteursrecht. Makkelijker bewijs, zou je dus denken! Er zijn echter nogal wat hobbels te nemen op de weg naar auteursrechtinbreuk: allereerst moet de rechter oordelen dat er sprake is van auteursrecht, ten tweede dat dat recht bij jou berust en ten slotte dat er inbreuk op dat auteursrecht is. Van inbreuk is pas sprake als een nieuw werk zodanig de auteursrechtelijk beschermde trekken vertoont van het originele werk (jouw kunstwerk) dat de totaalindruk overeenkomt.

Daarnaast is er nog een reden om van een dergelijke procedure af te zien – die ook in dit geval speelde: de proceskosten zouden dan bij verlies van de procedure worden berekend volgens de rekenmethode voor intellectuele-eigendomszaken en zouden dan vele malen hoger liggen dan bij slaafse nabootsing – iets wat voor Teeuwen als kleine ondernemer een te groot risico zou zijn. In dit geval is het waarschijnlijk een verstandige keuze geweest om daar niet op in te zetten …

Heb je vragen over slaafse nabootsing, auteursrecht, of andere zaken die met Intellectuele Eigendom te maken hebben? Neem contact met ons op tijdens ons gratis spreekuur: bel 013-5821987


Lees-verder-tips:

  • 9 juni 2017: Plagiaat en auteursrecht. Wat is plagiaat eigenlijk? Is er een verschil met auteursrechtinbreuk? Column van onze specialist, jurist/kunstenaar/kunsthistorica Yvonne Vetjens voor Kunstenaar Magazine.

13 juli 2017,
Yvonne Vetjens
Twitter / Linkedin

Specialist auteursrecht nodig? Dohmen advocaten: uw advocaat gespecialiseerd in intellectuele eigendom (IE), techniek en ICT, kunst en design. Gratis spreekuur 013-5821987 of op ons advocatenkantoor.


 
Dohmen advocaten bv | Sportweg 8 | 5037 AC Tilburg | 013-5821987 | info@dohmenadvocaten.nl | KvK: 18076457 | BTW: NL8141.55.637.B.01